You are from: United States, Go to our American website.

Projects Abroad

Moeder van Charlotte – Ghana – Public Health project

Begin dit jaar vertrok ik naar Ghana om daar samen met mijn dochter, Charlotte, haar laatste tien dagen van haar drie maanden durende reis door te brengen. Na een vliegreis van 7 uur stap ik uit het vliegtuig en komen de geuren, geluiden en warmte gelijk op me af. Gelukkig hoef ik niet heel lang in de rij te staan voor de douane, waar overigens geen airco aanwezig is. Met mijn enorme hoeveelheid bagage loop ik richting de aankomsthal, waar Lot me met haar bruine teint en grote glimlach opwacht. Het weerzien is fantastisch! De lokale tijd is 10 uur ’s avonds, dus het is pikkedonker, aangezien de zon daar al rond 6 uur ’s avonds ondergaat. Wel is het nog ontzettend warm, namelijk rond de 38 graden, al vindt Lot van niet: ze is echt volledig geacclimatiseerd en heeft een vestje aan.

Dit merk ik ook als we de luchthaven verlaten en op zoek gaan naar een taxi. Voor de uitgang staan de duurste en mooiste auto’s, maar Charlotte loopt ze allemaal voorbij met hier en daar een lokaal woordje Twi ter uitleg aan de ietwat opdringerige taxi chauffeurs. Als we uiteindelijk het terrein af zijn gelopen en bij de echte Ghanese taxi’s aankomen die door middel van ducktape, tie-rips e.d. bij elkaar worden gehouden, onderhandelt Lot nog wat over de prijs en vertrekken we uiteindelijk naar het Pink Hostel waar er nog een warme maaltijd voor me wordt bereid, ondanks dat de keuken al gesloten is. Mijn eerste ontmoeting met het Ghanese eten is met ’fried rice and spicy chicken’.

De volgende ochtend vertrekken we naar het busstation. Tijdens de taxirit ernaartoe kom ik ogen tekort; de mensen in hun prachtige kledij, het eten, de hutjes, de koopwaar, de tro's (lokale busjes die in Europa zijn afgekeurd en onwijs gammel zijn) enzovoorts. Ik kan alleen maar kijken, luisteren, ruiken en genieten van het land en hoe Lot op haar plek is. Om 9 uur zitten we in de meest luxe bus van Ghana: de VIP bus, het lijken business-class stoelen, volgens Lot erg zeldzaam om in een bus als deze terecht te komen, maar fijn voor mij omdat we nog ruim 5 uur moeten rijden naar Kumasi. Tijdens de rit rijden we soms op gewone stukken weg, maar dan ineens stopt de weg en rijden we op een rode zandweg. Wij zouden er met een boerenkar nog niet overheen gaan, maar hier doet de bus dat gewoon wel. We worden compleet door elkaar geschud en het rode zand laat een dikke laag stof achter op de ramen. We komen langs hutjes en krotjes die als winkels en woningen tegelijk dienen. Het lijkt op een decor uit een film. Het is onwerkelijk. Tijdens de stop kopen we langs de weg eten dat geserveerd wordt in een bakje van piepschuim: opnieuw overheerlijk.

Voor 8 eurocent kopen we een portie toilet papier en kunnen we gebruik maken van de toiletten zonder toiletbril, ook dit schijnt al luxe te zijn.

Rond twee uur rijden we dan eindelijk Kumasi binnen. Na een uur vast te hebben gestaan in het verkeer, hoor ik voor het eerst het klakkende geluidje wat de Ghanezen maken als zij ongeduldig worden, en dat schijnt echt niet snel te gebeuren. Als we dan eindelijk aankomen, vindt mijn onderhandelaartje direct een taxi. Opnieuw sta ik versteld van de vriendelijkheid van de bevolking. De hulp, vrolijkheid en netheid is opzienbarend. Weg helften kennen ze niet, alle auto’s rijden al toeterend rijen dik in file door de stad. Door de auto’s heen bewegen de mensen zich met manden op het hoofd, en kan je van beltegoed, fruit, water tot afvoerontstoppers kopen.

Mooi en bijzonder om mee te maken hoe blij Lot en haar familie reageren als ze elkaar na een week weer zien. Ik luister, kijk, absorbeer en geniet. Na de ontmoeting krijg ik een rondleiding in het huis waar Lot al drie maanden woont. Vol trots laten zij en haar twee kamergenootjes Hanna en Nienke J. de badkamer zien. Uiteraard is het hebben van een eigen badkamer een enorme luxe in dit land, maar ik heb het met verbazing bekeken; de wc-pot heeft geen bril, het doortrek mechanisme is kapot (dit betekent: plasjes sparen en alleen doortrekken na een grote boodschap), de douche is altijd koud als er al water is, en een kraantje aan de muur is de wasbak. Maar wat gaaf te zien hoe de meiden genieten van deze luxe in hun huis.

Speciaal voor mij worden Ghanese specialiteiten gekookt. De familie had van te voren met Lott overlegd of ik de spices aan zou kunnen, en volgens Lot kan ik net zo heet eten als zij, misschien zelfs wel pittiger, dus krijg ik alles hetzelfde als Lot. Ik heb het geweten! Lot haar smaakpapillen zijn in drie maanden zo ontwikkeld, dat ze inmiddels vele malen pittiger kan eten dan ik! Verder een ontspannen avond op de binnenplaats met al die lieve mensen; haar tijdelijke familie.

Doodmoe van alle indrukken duiken we vroeg ons bedje in, fijn om naast mijn dochter onder de klamboe te liggen. Van slapen komt niet veel terecht; er gaat te veel door mijn hoofd heen. De drie meiden slapen als prinsesjes. Als ik ’s ochtends rond een uur of 5 wakker word van allerlei geluiden, zoals; vegen, pannen, lachen en praten, ben ik naar buiten gegaan en op het stoepje gaan zitten. De familie had mij de avond ervoor zo vriendelijk ontvangen, dat ik me daar niet bezwaard bij voel. De drie meisjes horen de geluiden van het ochtendritueel van de familie niet meer en slapen rustig verder.

Om half 9 vertrekken we richting het tro station dicht bij Lot haar huis, om de tweede Hepatitis B vaccinatiedag in het weeshuis te realiseren. Het is een klein kwartiertje lopen door Charlotte haar ’woonwijk’. Iedereen begroet ons en Lot kletst vrolijk terug in de lokale taal.

Op het tro station ontmoeten we de familie van Nienke T., die ook voor twee weken aanwezig is, en de twee huisgenootjes. In een tro vertrekken we gezamenlijk naar het weeshuis om de 130 vaccinaties te zetten. Charlotte en haar mede-vrijwilligsters zetten alle zeilen bij om iedereen de tweede vaccinatie te geven. Na de gewone weesjes en huismoeders te hebben gevaccineerd, gaan we de barakken in waar kinderen liggen die gehandicapt, vergroeid of ziek zijn. Het is een hele bijzondere ervaring, en fijn om het met de moeder van Nienke T. te kunnen delen. Wij zijn helemaal stil van het kijken naar onze dochters en het zien van het weeshuis.

Na een lunch met zijn allen zijn Lot en ik lekker naar haar huis gegaan. Deze avond staat Fufu op het menu, een enorme klus en typisch Ghanees. Stampen met een houten paal in een kookpot, tot de plantain (een soort bakbanaan) en Yam/ Casava zijn fijn gestampt en een deegbol vormen. Daarbij wordt dan een pittige soep geserveerd, volgens Lot erg lekker, zij is vooral fan van de pinda- en pittige kippensoep. Maar omdat ik er ben, wordt de delicatesse tevoorschijn getoverd; geitensoep.

De volgende ochtend moeten we om half 6 op voor een tocht met de hele groep. Als de wekker gaat, ben ik ondanks het vroege tijdstip niet eens moe. De stad leeft al en de kraampjes zijn geopend; de markt begint. De mensen wonen ook gewoon in hun marktkraampjes. Desondanks ziet iedereen er brandschoon uit, volgens de meisjes komt dat door hun geweldige handwas kunsten. Met de hele groep vertrekken we in een door Lot afgehuurde tro voor de hele dag. Onze eerste stop zijn de Kintampo Waterfalls. De rit bestaat uit 4 uur, maar er is weer zoveel te zien onderweg dat de tijd vliegt. Daarna zijn we naar het Boabeng- Fiema Monkey Sanctuary gegaaan. Dat we het er levend vanaf brengen, vind ik een wonder. We rijden ruim drie uur over onbegaanbare wegen. Soms maakt de tro een geluid, waarbij ik denk dat hij doormidden zal breken. De mannen, Lot en Nienke T. duwen de tro zelfs nog even een bergje op, omdat de chauffeur de hellingproef niet snapt. We zijn door dorpjes gereden, waarvan ik echt het bestaan in werkelijkheid niet geloofde. Super leuke rondleiding gehad en kennis gemaakt met de bevolking van een heel klein dorpje.

Thuis gekomen vindt Charlotte’s Hostmum Medarl Boateng dat ik een glas wijn verdiend heb, iets wat me erg lekker lijkt. Ik krijg een glas voor de helft met wijn gevuld en vervolgens aangelengd met cola. Dat is pas echt lekker vertelt ze mij. Vrolijk drink ik ook dit gewoon smakelijk op. Daarna neemt Akosua, Lot haar tante, mijn maten nog op, want de familie staat er op een typisch Ghanese jurk voor mij te maken. Een enorme eer.

In de middag vindt het ontroerende en emotionele afscheid tussen Charlotte en haar familie, haar kamergenootjes en mede vrijwilligsters plaats. Niet echt te beschrijven, maar voor altijd opgeslagen. Ik ben zeer dankbaar dat ik erbij ben en het vanaf de zijlijn mag meemaken.

Het is inmiddels wederom zo’n 38 graden en met al onze bagage stappen we in een taxi naar het busstation. Vervolgens zijn met de bus naar Cape Coast gegaan. We hebben een leuke hut met z’n tweeën en genieten vooral van de echte douche die zich onder een grote palmboom met grote kokosnoten bevindt. Al het zand en zweet van de vorige dagen kan nu pas echt worden weggespoeld.

Ook in dit gebied heeft Charlotte getracht mij in drie dagen te laten zien en proeven van haar ervaringen daar. We bezoeken Elmina Castle, waarbij ik een heleboel feiten over de Nederlandse Geschiedenis te weten kom, niets om trots op te zijn, maar wel heel erg interessant. We lopen door de sloppenwijken van Cape Coast en gaan naar de vismarkt in Elmina. Het hoogtepunt is het Kakum National Park, waar we over 350 meter lange touwbruggen, 40 meter boven de grond lopen.’s Avonds heerlijk gegeten bij Oasis en ’s morgens bij een tentje dat Coast to Coast heet ontbeten. Het terras van ‘ons’ ontbijttentje kijkt uit op de werkplaats waar alle mannen van de sloppenwijken visnetten zitten te rijgen/ naaien. Nienke T. sluit op donderdag bij ons aan, erg gezellig. De laatste avond daar maak ik nog met andere mensen kennis die voor Charlotte in de afgelopen maanden allemaal een rol in haar leven hebben gespeeld. Uiteindelijk wordt zelfs een klein bonfire op het strand aangestoken. Een prachtige omgeving aan de zee, waarvan ik heel goed kan begrijpen dat de meiden daar in het weekend konden bijkomen en opladen voor hun indrukwekkende werkweek.

Die vrijdag neemt Lot afscheid van de mensen in Cape Coast en Nienke T., en vertrekken we richting Accra, waar we nog een laatste stop in het Cultural Centre maken. Voor de laatste keer maak ik mee hoe vriendelijk de bevolking is. We stappen met twee koffers en twee stuks handbagage uit de taxi en direct komen er mannen op ons af, om onze koffers te tillen en te bewaren, zodat wij rustig de markt kunnen bekijken. Dit doen we dan ook en na afloop staat alles netjes op ons te wachten. Uiteraard hebben we iets gekocht bij de mannetjes, waarvan één King George wordt genoemd en zijn nummer aan Lot geeft. Hij regelt ook nog een taxi voor ons, want Mummy is vast erg moe, dus ik moet op een bankje blijven wachten tot hij met de taxi komt.

Helaas breekt dan echt het moment van vertrek aan. Lot is stil en heeft het een en ander te verwerken. Het is voorbij; drie maanden toch zomaar omgevlogen. Ze kijkt er naar uit iedereen in Nederland weer te zien, maar laat enorm veel achter. Ik ben blij dat ze me een kijkje heeft gegeven in haar leven in Ghana.

Vertel jouw vrienden over deze pagina:

Terug naar boven ▲