You are from: United States, Go to our American website.

Projects Abroad

Julie Albers, 2 maanden lesgeven in Ghana

Julie Albers “Obruni, obruni (blanke), how are you? Welcome to Ghana!” Dé warme herinnering voor mij aan Ghana: de locals die altijd contact met je willen zoeken. Na zo’n vriendelijke welkomstgroet wordt dan wel steevast om je vriendschap en je telefoonnummer gevraagd, maar het typeert de oprechte vriendelijkheid en interesse van de mensen. Een ervaring die je dagelijks meemaakt. En dat is iets wat nog lang bij je zal blijven, kan ik je verzekeren.

Terwijl het einde van de zesde klas met rasse schreden naderde, moest ik toch echt die belangrijke beslissing nemen: ga ik studeren of een GAP-year nemen? Hoewel het me enorm spannend en eng leek om in mijn eentje de wijde wereld in te trekken, had ik eigenlijk altijd al een jaar iets anders willen doen, en dan is dit natuurlijk een uitgelezen moment in je leven. Het was dus ten eerste een kwestie van mijn angsten en twijfels opzij zetten. Daarnaast wist ik meteen dat ik iets nuttigs wilde doen, en niet een jaar zou besteden aan slechts feesten en reizen. Gelukkig vallen die twee heel goed te combineren met iets veel belangrijkers: vrijwilligerswerk! Naast (hopelijk) zinvol werk ook nog een unieke kans om de lokale cultuur tot in de puntjes te leren kennen. Als je deze keuzes eenmaal hebt gemaakt, zijn er nog twee andere punten. Ten eerste: waar wil je heen? Ik had al bedacht dat ik naar Afrika wilde. Na enorm veel research en het achterhalen van andermans ervaringen, bedacht ik dat ik een niet al te groot land wilde, wat bekend stond als vriendelijk, veilig en makkelijk bereisbaar (zeker voor een vrouw): Ghana. Tot slot moet je bedenken wat voor soort vrijwilligerswerk je aanspreekt.Ik geloof in het belang van (Engelse) lesgeven, zeker voor meisjes, en besloot dat dat mijn project zou gaan worden.

Julie AlbersEn zo reisde ik dan op een sneeuwdag in februari voor twee maanden naar Ghana! Mijn gastgezin bestond uit een echte Afrikaanse extended family, met een oma, kleindochter, twee neven, en nog wat familieleden van wie ik er nooit achter ben gekomen wat de links waren. Ze ontvingen me enorm hartelijk, waardoor ik me echt een deel van het gezin voelde. Maar zoals alle begin, was ook dit geen pretje. Ik ondervond de eerste paar dagen een stevige cultuurshock: mijn straat was een rode stof- en kuilenweg, het was drukkend warm, ik kreeg het eten niet door mijn keel en ik voelde me eenzaam, zo zonder werk en andere vrijwilligers. Achteraf gezien kan ik alleen maar zeggen hoe blij ik ben dat ik heb doorgezet, en hoe snel dit allemaal over was.

Ik werd ingedeeld om les te geven op een geheel roze geverfde en geüniformeerde school op 20 minuten loopafstand van mijn huis. De eerste dag was best heftig: één blank, blond meisje, 800 kindertjes vol vragen en verbazing, en een pauze waarin ik niet wist waar ik naartoe moest. Ik moest wennen aan hun accent (het is niet raar als je de eerste week niks verstaat!) en aan de manier van lesgeven (veel stampen, grote klassen, weinig uitdaging en begeleiding, slaan), waardoor ik me vooral in het begin niet altijd even nuttig voelde. Maar al snel vergat ik dat soort kleinigheden door de dankbaarheid die je terugkrijgt van de kinderen, hun grapjes, dansjes als ze een oefening goed gemaakt hadden, hun eeuwige vrolijkheid en de interesse die iedereen in je toont. Hoewel ik ’s ochtends nooit zoveel zin had, kwam ik elke dag volmaakt gelukkig thuis. Daar wachtte mij dan weer een geweldige onderdompeling in de Ghanese cultuur. Door de verschillende leeftijden in mijn gezin, kreeg ik van verschillende facetten van het leven wat mee. Zo liet Augustina, de grootmoeder, me Afrikaanse stoffen kopen om jurken van te laten maken. Met Goody, mijn hostsister, keek ik Ghanese soaps. De twee jongens leerden me alles over hedendaagse Ghanese muziek, inclusief een dans, en natuurlijk kreeg ik elke dag Ghanees eten voorgeschoteld. Er zijn twee momenten bij mijn gastgezin die me echt zijn bijgebleven. Ten eerste mijn verjaardag: op die dag was het huis vol mensen, die allemaal om de beurt in mijn cakebeslag roerden! In het beslag ging Fanta, waarna het in een soort geïmproviseerd oventje geschoven werd, waaruit uiteindelijk zeven cakes tevoorschijn komen. Een onwijs touching gebaar. En ten tweede was meegaan naar de kerk een ervaring. Religie is niet uit het Ghanese leven weg te denken. Zo was in mijn dorp bijna iedereen christelijk, en niet zo’n beetje ook: elke zondag naar de kerk, taxichauffeurs vragen wat jij voor religie hebt (zeg nooit dat je atheïst bent!), overal staan leuzen over God en Jezus opgeschreven, en wij hadden zelfs een pastoor als gast in huis. Compleet anders dan in Nederland, maar je leert op een heel andere manier tegen religie en haar waarden aankijken. Julie Albers

De eerste zes weken was ik de enige vrijwilliger in mijn buurt en op mijn school. Daardoor waren de wekelijkse vrijwilligersbijeenkomsten wel een verademing: eindelijk Europeanen! De meetings op het Projects Abroad kantoor waren om bij te kletsen, een quiz te maken en dan lekker met elkaar te eten. Een geweldige constructie, waardoor niemand eenzaam is. Op de woensdag maakten we dan plannen voor het weekend om met elkaar te reizen door het land. Zo zie je bijna elk weekend wel iets anders: stranden met een geweldige sfeer, slavenforten, olifanten… Een heerlijke afwisseling op het “normale” doordeweekse leven.

Projects Abroad is mij als organisatie uitstekend bevallen. Van te voren krijg je een schat een informatie te verwerken, en ter plekke is de begeleiding uitstekend. Om de zoveel tijd komt iemand thuis of op je werk checken of het nog wel goed met je gaat, er worden evaluatieformulieren ingevuld en de mannen staan altijd voor je klaar. Het goede van de constructie van Projects Abroad is dat de kantoren wel door locals gerund worden, maar die beschikken over de Projects Abroad-mentaliteit met een westers tintje, zodat je niet bij een vage partnerorganisatie terecht komt. Op deze manier worden eventuele obstakels met je opgelost op een manier die jij prettig vindt, en bijvoorbeeld niet op het African time tempo…

Julie AlbersAls je mij zou vragen wat mijn beste herinnering aan Ghana is, dan zijn het de mensen, van wie je enorm veel aandacht krijgt. Natuurlijk zijn er wel eens opdringerige mannen, of mensen die geld willen, maar nee is nee. Ze zijn zo ontzettend vriendelijk en geïnteresseerd en behulpzaam. Typerend hiervoor vind ik het voorbeeld van een wildvreemde vrouw die een keer helemaal met me meereisde naar het centrum, gewoon om te zorgen dat ik daar veilig kwam! Ook nu heb ik nog contact met vele mensen op Facebook. Zelfs van de knotsgekke praatjes met de taxichauffeurs genoot ik, hoewel je soms wel keihard moet afdingen. Natuurlijk is er ook armoede, wat nooit leuk is om te zien, duurt alles lang en is je busreis vrijwel nooit korter dan zes uur. Maar dat zijn zulke kleine dingetjes voor zo’n geweldige ervaring! Daarnaast heb ik me nooit, maar dan ook nooit, onveilig gevoeld.

Je leert een hoop, van een tijd in een ontwikkelingsland leven. Of je het leuk vindt of niet, met de African Time zal je moeten leren leven, wat echt bergen geduld oplevert. Boos worden helpt niet, je moet altijd vriendelijk blijven. Je leert andere mensen met andere levenswijzen en –standaarden respecteren, en krijgt door in andere omstandigheden te leven veel meer waardering voor je (vanzelfsprekend) luxe leventje hier. En die derde wereld problemen, die je af en toe zo abstract in het nieuws tegenkomt, komen hier echt tot leven, en zetten je aan het nadenken.

Als ik je een ding zou moeten meegeven, dan is het dit: schrijf je onmiddellijk in en laat je onderdompelen in het geweldige Ghana. Het is een fantastische ervaring, die eigenlijk iedereen zou moeten meemaken. “The gateway to Africa” is unforgettable, het werk is ongelofelijk leuk en Projects Abroad is een goede en betrouwbare organisatie. Het enige waar ik nu nog aan kan denken, is wanneer ik weer terug kan naar Ghana…!

Julie Albers

Terug naar de ervaringsverhalen

Vertel jouw vrienden over deze pagina:

Terug naar boven ▲