You are from: United States, Go to our American website.

Projects Abroad

Dagmar Schouten – Sociaal project in Roemenië

Dagmar Schouten – Sociaal project in Roemenië

Wat was ik blij toen ik dat vliegtuig uit mocht: ik was echt bang, vooral toen we gingen landen, want er lag zoveel sneeuw op de baan, dat ik dacht dat het vliegtuig niet kon remmen en ergens tegenaan zou knallen (heb waarschijnlijk teveel naar ‘Disaster Flights’ op Discovery gekeken). Alex, mijn landmentor, stond al op me te wachten. Samen met nog een andere vrijwilliger (Joseph uit Schotland) reden we met Alex naar Braşov, een rit van 146 kilometer over landwegen en bergen. Het was echt koud (-10/-15®C) en zou alleen nog maar kouder worden, met een hoogtepunt van -27 graden! En er lag me daar veel sneeuw, zeker meer dan 1 meter. Eenmaal aangekomen in Braşov, werd ik gelijk naar mijn gastgezin gebracht, waar een heel enthousiaste kamergenoot en medevrijwilliger al op me zat te wachten. Rachael bleek hetzelfde project te doen als ik, dus ze vertelde me meteen wat ik kon verwachten. Mijn gastgezin moeder Rodica bracht snel een dienblad vol met eten. Ze sprak geen Engels, maar het was goed te doen om met haar te praten, met veel handgebaren. En de papiertjes met mijn gebrekkige Roemeense zinnen kon ze altijd erg waarderen. Ze bracht elke avond het eten naar onze kamer (altijd erg veel en erg lekker), maakte lunchpakketjes en soms stonden er ’s avonds laat zelfs pannenkoeken voor ons klaar. We hadden in de gang naast onze kamer een eigen koelkast. Daarnaast was er een ouderwetse badkamer (denk aan ontzettend oude, roestige badkuip, draaiknoppen waarbij ‘Warm=koud water en Kalt=warm water is, vloer loopt schuin en douchewater moet van tevoren door een zelf aan te steken geiser-iets worden opgewarmd), maar, en dat is het belangrijkste, een douche waar een warme waterstraal uitkomt! En het had wel wat, zo word je ineens veel bewuster van hoe makkelijk wij het eigenlijk hebben in Nederland.

De volgende dag kregen Joe en ik een rondleiding door de stad en hebben we in het lokale kantoor de andere vrijwilligers ontmoet. We zijn die avond meteen met zijn allen een café ingedoken, zodat we elkaar beter konden leren kennen, en het klikte met iedereen zo goed, dat we vanaf dat moment elke avond wel in een cafeetje te vinden waren. Of het nu was om lol te trappen met zijn allen, lekker te kletsen of het te hebben over wat iedereen die dag had meegemaakt, dat maakte niet uit. En we gingen niet alleen naar cafeetjes, elk weekend organiseerden we tripjes naar Boekarest, Sibiu of een andere leuke stad, of gingen we zwemmen, naar de bioscoop, skiën of een berg beklimmen. Heb me in ieder geval geen seconde verveeld!

Dagmar Schouten – Sociaal project in Roemenië

Mijn project was heel leuk en interessant. Ik heb gewerkt in een ziekenhuis in Sacele. Hier wonen voornamelijk zigeuners. Zigeuners zijn niet erg geliefd, dat is bijvoorbeeld te zien in de bus naar het ziekenhuis; zij zitten achterin, de Roemenen voorin. Ook in het ziekenhuis worden deze mensen achtergesteld. De verpleegsters en dokters zijn veel liever en zorgzamer voor Roemeense baby’tjes/kinderen dan voor zigeunerkinderen (te herkennen aan hun vrij donkere huid). Daarom alleen al is het zo belangrijk dat de vrijwilligers er zijn, zodat die kinderen ook genoeg aandacht en liefde krijgen. Kinderen die naar het ziekenhuis worden gebracht, worden meestal vergezeld door hun moeder. Deze blijft dan in het ziekenhuis, totdat het kind weer beter is. Er zijn ook moeders, die hun kinderen, om wat voor reden dan ook, alleen achterlaten, soms maandenlang. Vaak zijn deze kinderen niet eens echt ziek, maar kan er thuis om welke reden dan ook, niet of niet goed voor ze gezorgd worden. Aan ons was het de taak om deze kindjes te verzorgen, met ze te spelen en ze gewoonweg een beetje liefde te geven. De kinderen waar wij voor zorgden waren tussen de 0 en 3 jaar. De oudere kinderen worden geacht voor zichzelf te zorgen, voor mij een onbegrijpelijke taak. Deze kids verschoonden we, gaven we eten en speelden we mee. Daarna namen we ze mee naar de speelkamer, waar ook de kinderen met hun moeders waren. Er is in de speelkamer onder andere een ballenbak, loopwagentjes en blokkenhoek. Daarnaast zijn er veel puzzels en tekenboeken. Het is heel leuk om te zien hoe de kinderen genieten van een beetje persoonlijke aandacht. Sommigen praten honderduit tegen je, en ook al kan je niet veel terug zeggen, toch vinden ze het fantastisch als je met handen en voeten probeert terug te praten. Het is echt leuk om te zien hoeveel je nog aan elkaar duidelijk kan maken door op die manier te communiceren. En de meest simpele dingen vinden ze geweldig, ik heb bijvoorbeeld een keer een uur lang met tien kinderen om me heen dierengeluiden gemaakt. Op een gegeven moment was ik door mijn dierengeluiden heen, en ben ik stomweg random geluiden gaan maken. Ze deden het allemaal na, en op een gegeven moment deden zelfs de moeders mee. Wat op zich ook niet heel raar was, want vaak waren zij ook niet ouder dan 15 jaar en als je dan al op zo’n vroege leeftijd volwassen moet zijn, is een beetje vermaak niet vervelend. Na de speelkamer, die rond 12 uur wordt gesloten, gaven we de baby’s te eten, altijd aardappelpuree. Dan komt het moeilijkste van de dag: ze terugleggen in hun bedjes. Je weet dan gewoon dat ze de rest van de dag geen aandacht meer krijgen. Maar goed aan de andere kant is de aandacht die je ze gegeven hebt, heel belangrijk omdat kinderen toch weten/leren wat liefde en aandacht is. Dit is heel belangrijk om dit voor hun derde levensjaar te krijgen, zodat ze later geen sociale stoornissen ontwikkelen.

Na het ziekenhuis hebben we nog de optie om naar een ‘educational playroom’ te gaan. Daar komen kinderen uit de omgeving (kinderen met een handicap/moeilijk opvoedbaar/weeskinderen) en kunnen daar computerspelletjes doen, bordspelletjes en soortgelijke dingen. Toen ik er voor het eerst was, kwamen er acht jongens uit een weeshuis (allemaal rond de 10 jaar). Ze zijn heel druk en huilen als ze verliezen. In het begin willen ze ook absoluut geen hulp, maar als het dan echt niet meer lukt en ze laten je dan toch uiteindelijk helpen, dan kom je ook niet meer van ze weg. Je merkt toch wel dat ze heel wat aandacht en liefde tekort komen. Daar werken vond ik dan ook echt geweldig, omdat je echt ziet dat jouw aanwezigheid ze goed doet.

Ook ging ik elke dinsdag met een logopediste en de leider van het dagcentrum mee naar een dorpje genaamd Halchui. Daar wonen ouders en kinderen in bizarre omstandigheden. Geen wc, geen stromend water. De kinderen gaan niet vaak naar school omdat het gewoonweg te ver is en ze geen beschikking hebben over openbaar vervoer, dus als ze willen, moeten ze 6 km lopen. Deze kinderen zijn echter zo leergierig en het is dan ook zo leuk om te zien hoe enthousiast ze met de educatieve spelletjes aan de gang gaan. Daarnaast ben ik ook nog een aantal maal naar een psychiatrische inrichting geweest, om daar eten en kleding uit te delen aan de mensen die daar praktisch opgesloten zitten, ver afgelegen van de bewoonde wereld.

Ik vond het echt een fantastische ervaring, heb er heel veel mooie herinneringen en internationale vrienden aan overgehouden. Ook heb ik ervaren dat, hoe (relatief) dichtbij Roemenië ook bij Nederland ligt, er nog zoveel verschillen zijn er er nog zoveel hulp nodig is! Dus als je denkt aan het doen van vrijwilligerswerk, vergeet dan zeker de mogelijkheid om naar Roemenië te gaan niet!

Liefs Dagmar

Dagmar Schouten

Terug naar de ervaringsverhalen

Vertel jouw vrienden over deze pagina:

Terug naar boven ▲