You are from: United States, Go to our American website.

Projects Abroad

Joachim Zutterman - Bouwen, Bouw project, Tanzania

Joachim Zutterman

Het was mijn jongensdroom, om ooit eens naar Afrika te gaan en iets te realiseren met de lokale bevolking. Hiervoor zocht ik informatie op internet en na verloop van tijd kwam ik bij Projects Abroad terecht. Ik ben naar de informatiedag gegaan met de nodige vragen. Projects Abroad lag me het best. De vragen werden grondig aangepakt en besproken. Er werd goede hulp geboden bij de voorbereiding van de reis. Ik koos voor een bouwproject in Tanzania.

Gastgezin

Het gastgezin waarbij ik verbleef was de Ijani-familie. Ze woonden vlak bij het bouwproject dat plaatsvond in Meserani. Het gastgezin had plaats voor 8 vrijwilligers. Dagelijks hadden we heerlijk eten. Mr. Ijani en mrs. Ijani waren zeer vriendelijk, alsook de hulp in huis. Zij was het Engels niet machtig, dus een paar woorden Swahili waren gewenst om met haar te communiceren. Het voornaamste woord dat je moest gebruiken, was "maji moto" (heet water), omdat uit de douche enkel koud water kwam. We moesten dus douchen met een emmer waarin we maji moto goten en aanlengden met koud water.

Als er een moment was, waarbij je het moeilijk had, dan stonden mr. en mrs. Ijani altijd klaar om met je te praten. Ze gaven ons een echt familiegevoel. Ook liep er op hun domein hun kleinzoon rond, genaamd Abdul Khalim. Abdul was 3,5 jaar oud. We hielpen hem met het bijschaven van zijn Engels aan de hand van taalspelletjes. Het was ongelofelijk hoe snel zijn Engels vorderde.

Bouwproject

Zoals eerder gemeld, was het bouwproject in Meserani. Hier werd een schooltje gebouwd voor de kinderen van de Maasai. Het schooltje werd dan ook gedoopt in Maasai school.

Om er te komen, moesten we de daladala nemen van Ngaramtoni Ya Chini naar Duka Bovu. De daladala is een klein busje met een maximumlimiet voor 29 passagiers. Eens in Duka Bovu, werden we opgewacht door een jeep (schoolbus), die ons dan naar een afgelegen plek bracht, waar de Maasai school in opbouw was.

Toen we arriveerden waren er 2 lokalen in opbouw en al 2 lokalen klaar. De 4 weken dat ik er verbleef hebben we aan de opbouw van de 2 klaslokalen gewerkt. In 1 klaslokaal was de vloer al reeds half afgewerkt en in het andere moest deze nog gebeuren. Om het cement te maken voor de vloer, gebruikten we de kruiwagen voor de afmetingen. 10 kruiwagens zand, gaf 5 kruiwagens steen en 2 zakken cement. Dit werd allemaal op een aparte berg gestort, om nadien met de schop te mengen.

Na de menging, moest we de kruiwagen met het cement vullen en deze uitstorten in het klaslokaal, om dan uit te strijken tot een gladde vloer. Nadat de vloer klaar was in beide lokalen, gingen we over tot het bezetten van de muren. Hierbij was de verhouding 4 kruiwagens zand en 1 zak cement. Deze mixten we op de vloer zelf. Telkens door een Kilimanjaro'tje maken, een vulkaanberg, met in de krater water toegevoegd.

Eens het cement goed was, moesten we het cement, uit losse pols, tegen de muur werpen. Als de muur zo goed als vol gesmeten was, werd het geëffend met een lange gladde bar. Als de grove stukken glad gestreken waren, konden we de rest opvullen en effenen. De vloer nam 2 weken in beslag, na die 2 weken heb ik nog de muren bezet tot op mijn laatste werkdag.

Schoolkinderen

Joachim Zutterman

Voordat de les begon, moesten de kinderen eerst in rijen staan. Eens ze allemaal mooi in een rij stonden, begonnen ze te zingen. Eerst zongen ze het Afrikaans lied (God Bless Africa), nadien het nationaal volkslied en dan het schoollied met een dansje. Het dansje was handenklap en heupwiegen. Na de zangstonde liepen de kinderen nog een rondje rond het schoolgebouw. Nadien mochten ze binnengaan in hun klas. De kinderen zijn allemaal Maasai kinderen, die worden opgeleid om Swahili en Engels te leren. Dit, omdat de Maasai hun eigen taal hebben. Door de basis aan te leren, hebben ze uiteindelijk de mogelijkheid om later naar een gewone school te gaan.

Er waren per dag 2 pauzes voor de kinderen. De eerste pauze was van 11u-13u, zodat ze konden eten en spelen. De 2de pauze was van 14u-15u en na 15u kon men naar huis. Telkens als het pauze was, moesten we ook het werk neerleggen, omdat de kinderen naar ons kwamen en we samen met hen moesten spelen. Ze riepen telkens "Teacher" naar ons. Dat was onze roepnaam voor hen.In de straten van het dorp riepen de kinderen een totaal andere naam. Namelijk "Musungu", wat Swahili is voor witte mens.

Tijdens de pauze gingen de kinderen naar het speeltuintje, of ze kwamen bij ons dansen. Sommigen moesten ook steeds opgepakt worden. Zo kon het wel eens voorvallen dat je met een 5-tal kinderen in je armen zat. Gelukkig moest je zelf niet veel moeite doen om ze vast te houden. Ze klemmen zichzelf al heel goed rond je.

Wat je ook veel zag waren windhozen. Om de 5 tellen kwam er eentje voorbij, welke gewoon wat extra wind aanvoerden. Maar als de kinderen buiten zaten, dan gingen ze ook vaak in het centrum van de windhoos springen. Dit gaf een heel leuk beeld, van hoe het stof rond de kinderen draaiden. Deze windhozen vormden nooit een gevaar voor de kinderen. Het enige aan deze windhozen dat lastig was, was het stof dat opkwam. Dus de ogen kon je best toeknijpen. Als het einde van ons verblijf in het zicht kwam, riepen we de kinderen bij elkaar. Ze zongen dan voor ons en als cadeau kregen ze meestal ook nog iets terug. Dat kon water zijn, beschuiten, koeken of snoepgoed. Ook wordt er wel eens kledij gegeven.

Vrije tijd

Joachim Zutterman

De werkperiode ter plaatse was hetzelfde als we het hier in de westerse wereld kennen, namelijk van maandag t.e.m. vrijdag. Het enige verschil was, dat alles heel relax gebeurde. Om 8u stonden we op om te ontbijten en lunch klaar te maken om dan de daladala te nemen tegen 9u richting Duka Bova. Daar begonnen we aan het bouw rond 10:30 tot ten laatste 14:30. De weekenden werden meestal opgevuld met uitstapjes zoals safari, Mochi (stad aan de voet van de Kilimanjaro), nationale parken, shoppen, Zanzibar, ....

Na het werken, was je ook vrij om te gaan en staan waar je wilt. We gingen soms naar huis om wat te bekomen van het werk of we namen de daladala naar het centrum om er een goeie burger te eten. Ook schuimden we de marktjes af om al eens rond te kijken voor een cadeau voor het thuisfront en voor de schoolkinderen. Iedere donderdagavond werd er een Social georganiseerd. Dat hield in dat we met alle vrijwilligers van Projects Abroad samen kwamen om te eten en te drinken. Zo leerden we elkaar beter kennen en spraken we af om een weekenduitstap te plannen. Na het avondeten, als iedereen voldaan was, gingen we meestal nog uit naar een club in de stad als laatste avondfeest voor bepaalde vrijwilligers.

Besluit

Om je op je reis voor te bereiden, krijg je heel wat hulp vanuit Projects Abroad. Je supervisor belt je regelmatig op om te informeren hoe ver je staat met je voorbereidingen en je eventueel ook te helpen en bij te sturen waar nodig. Zelf had ik al veel hulp van mijn oom en tante, die 5 jaar in Zuid-Afrika gewoond hebben. Vooral mijn oom kon me goed sturen, aangezien hij regelmatig op het Afrikaans continent moet zijn voor zijn werk. Eens geland in Tanzania, was mijn eerste reactie vooral veel rond te kijken naar de levensomstandigheden van de mensen en hun manier van doen. Ook keek ik veel rond voor de natuur. Het beviel me enorm. Iedereen was er heel relax.

Wat me ook verbaasde, was dat de hoofdwegen mooi geasfalteerd waren. De wegen die naar de wijken gingen waren zandwegen vol met putten. Wij verbleven in een villa, maar als je naar de daladala ging, dan was je binnen de minuut van de villawijk in de krottenwijk. De mensen die in zulke omstandigheden leefden, waren heel behulpzaam en vriendelijk. We zeiden altijd vriendelijk 'Mambo' (begroeting), waarop men altijd 'Poa' terug riep. Deze vorm van begroeting had de lokale bevolking me snel aangeleerd, waarvoor ik hen dankbaar ben. Namelijk, dit is de lokale begroeting en als je deze begroeting gebruikt, dan ben je een van hen. Wel kregen we als raad mee dat je 's avonds best niet alleen over straat liep.

Joachim Zutterman

Eenmaal heb ik me er ook terug kinds kunnen voelen. Ik had beltegoed nodig voor de gsm en de andere vrijwilligers waren al doorgewandeld naar huis. Eens het beltegoed gekocht, kwam er een tractor met een aanhangkar voorbij. Deze ging in de richting van het huis van mijn gastgezin en dus sprong ik op de aanhangkar. Dit tot groot jolijt van de bestuurder en zijn kompanen, alsook de kinderen in het straat. Eens aan de poort van het huis sprong ik van de kar en heb ik hen natuurlijk bedankt voor de lift. Het leven was er ook ‘back to basics’. Je had wel een gsm, maar waar we verbleven, had het gastgezin geen internet, dus moesten we 15 minuten wandelen naar een taverne waar er gratis WiFi aanwezig was. Ook de gsm-verbinding was er niet optimaal. Maar ach, als je contact wou leggen, wat ik tot het minimum beperkte, dan kon je dat het best doen op de taverne.

De temperatuur was er ook helemaal niet zoals ik me zelf had opgedrongen. Het was er maximaal 25 graden. Maar zoals verwacht kan de zon er serieus branden. Iedere ochtend begon bewolkt en kil met zo'n 15 graden. Aan de zee (Dar es Salaam) kan de temperatuur wel oplopen tot 40 graden.

Wat me wel opviel ter plaatse, was dat het leven er rond de Kilimanjaro en de leeuw draaide. Ook had Coca Cola er veel invloed. De frisdranken die er verkocht werden, waren allemaal van Coca Cola Company.

Als het van mij afhangt, zou ik zo snel mogelijk terug willen. Ook al is het maar om de Kilimanjaro eens te beklimmen, maar ik wil mijn gastgezin ook nog eens terug zien. Het waren hele fijne mensen en je kon je verhaal er ook altijd kwijt. Ze waren mijn ouders tijdens mijn verblijf. Sinds mijn terugkeer hoor ik hen nog steeds, als zijnde mom en dad.

Heel het gebeuren zou ik iedereen, die er interesse in heeft, zeker aanraden.

Joachim Zutterman

Terug naar de ervaringsverhalen

Vertel jouw vrienden over deze pagina:

Terug naar boven ▲